Volg vLm via: 




Professionele Trade Compliance versterkt positie Nederland Regieland

20 januari 2011

De tweede bijeenkomst op 11 januari jl. bij Cap Gemini te Utrecht van de vLm Community Trade Compliance trok opnieuw ruim 50 deelnemers. Naast de vele verladers (o.a. Sabic, Vlisco en NXP) en enkele expediteurs, zijn nu ook de wetenschap en douane aanwezig. Walter Kusters (voorzitter) geeft aan; de afgelopen 3 maanden zijn gebruikt om het netwerk te formaliseren. De commissie van ‘aanbeveling’ bestaat nu uit 12 leden, waaronder prof. Y. Tan, Walther Ploos van Amstel (HvA), Ben Radstaak (ACN) en Dirk ’t Hooft (NDL), daarnaast verladers zoals ASML, FrieslandCampina en Logitech. Tevens is de groep van actieve netwerk leden uitgebreid tot 120 en zijn er nog ruim 60 potentiële leden. Deelnemers hebben toegang tot het netwerk op basis van hun expertise op het gebied van Trade Compliance.  Er is een goede balans tussen verladers, expediteurs en aanverwante dienstverleners, tevens participeren overheid en wetenschap actief.

De tweede bijeenkomst stond in het teken van de douane-faciliteiten in Nederland en de mogelijkheden om je hiermee als Nederland regieland te kunnen onderscheiden. Dirk ’t Hooft (NDL) trapte af over de bekende voordelen van Nederland als ‘Port of Europe’ , maar benadrukte ook dat de compliance-regels steeds belangrijker worden. Om onze positie te behouden en te versterken, moeten onze faciliteiten op gebied van douane / compliance veel meer benadrukt en meegenomen worden in supply chain inrichtingsvraagstukken. Niet alleen fiscale voordelen maar ook de mogelijkheden om goederen snel in de Europese handelszone te krijgen. Verladers en logistiek dienstverleners kunnen en moeten samen met de douane en wetenschap zorgen voor de ontwikkeling van veilige ketens. AEO en zgn. Green lanes helpen hierbij. Door betrouwbare en snelle afhandeling van alle formaliteiten kunnen veiligheidsvoorraden omlaag

Informatie-uitwisseling is hierbij van groot belang. Door de globalisering en schaalvergroting in internationale handel is het aantal partijen in ketenlogistiek fors toegenomen. Hierbij hebben de ketenpartijen verschillende informatie-behoefte. De rederij denkt in TUE, de vervoerder in pallets, de retailer in aantal consumenten-eenheden, en voor de juiste import en exportdocumentatie is vaak weer andere informatie benodigd.  Frank Heijmann (Douane) ging hier uitgebreid op in: het ontwikkelen van gezamenlijke informatie-uitwisseling ‘the pipeline – interface’, waar alle ketenpartijen de informatie rondom het te vervoeren product  delen en informatie toevoegen.

Frank Heijmann benadrukt dan ook dat vertraging in import of exportstromen veelal wordt veroorzaakt door het ontbreken van de juiste informatie  dan wel het zeer veel tijd en inspanning kost de benodigde informatie te verzamelen, waardoor de documenten niet tijdig aangeleverd kunnen worden bij de overheidsinstanties.  De controles van de Douane zelf hebben nauwelijks invloed op de doorlooptijd van de producten.

Afsluitend gaf Arjan de Klerk een toelichting op de mogelijkheden van Centralised Clearance in de EU. Dit biedt grote kansen voor logistiek dienstverleners om voor Europees opererende verladers de clearance door Nederland te laten verzorgen. Gecombineerd met de fiscale voordelen zoals BTW-verlegging opent dit nieuwe deuren. Voor de verladers zijn flinke besparingen te realiseren, zeker als zij de eigen ERP-systemen reeds Europees geïntegreerd hebben.

Na een levendige discussie over de gevolgen van de Europese standaardisering van douane-wet- en regelgeving en de consequenties voor in Nederland opererende bedrijven werd de bijeenkomst afgesloten met een borrel.